Over duitses gesproken.
Mijn overgrootmoeder oma Laura,Juno, Gefion,Penelope Hildebrandt, heb ik
nog als klein kind ontmoet.
Mijn grootvader kon niet nalaten om veel over haar te vertellen.
Zij was blijkbaar met haar ouders en broers Arthur en Odysseus naar Nederland
gevlucht voor de Frans- Duitse oorlog van 1870 . Haar broers en haar vader
wilden niet in Duitsland het leger in.
Dus gingen ze naar Nederland.
Nederland zocht blijkbaar ook ingenieurs om uit te zenden.
Telkens weer moest ik die spannende verhalen weer horen, hoe haar
man, die viool speelde, in Zuid Afrika als hoofd van
de spoorwegen werkte ,die toen opgebouwd moest worden.
Hoe zij een zwijn en een aap als huisdier had. Hoe zij met dat zwijn aan
haar zijde naar de markt liep om inkopen te doen in het dorp, Krugerdorp.
En dat die aap altijd een luier omkreeg want blijkbaar kreeg je die aap niet
zindelijk in huis.
Dat zij een pomp uit Nederland hadden meegenomen, voor water, want waar zij
woonden was een kale hoogvlake.
Later las ik wel eens brieven, uit 1896 en 1898 toen mijn grootvader net
geboren was daar, die bij mijn grootmoeder in de kast lagen.
" We hebben de boontjes en de sla al ingezaaid. De boontjes beginnen al te
groeien, maar de sla laat nog even op zich wachten. Kleine Coentje ( mijn
grootvader dus) begint al te lopen aan de hand van Jephta.
En de waterpomp werkt goed".
Van deze Jephta " de boy" moeten nog ergens foto's zijn in een familiearchief want ik heb
ze zelf gezien.
Even voor de duidelijkheid, het waren dus geen slaven maar bediendes die uit
midden en centraal Afrika waren komen lopen om daar te komen werken.
Omdat er ook wijnboeren al snel wat cafe'tjes of zo iets hadden neergezet zetten
ze vaak hun hele dagsalaris om in drank zodat er voor vrouw en kinderen in de
thuislanden niets meer overbleef.
Daar had mijn overgrootmoeder iets op gevonden.
Ze betaalde een half ,of heel, jaar een kwart salaris per dag. De rest spaarde ze dan en als de 'boy' besloot weer naar huis te gaan kreeg hij de rest van het salaris. De bedoeling was dan dat hij er thuis zeker een jaar van zou kunnen leven.
Vaak was de boy weer na ettelijke maanden terug. "waarom kom je zo snel weer?'
' Nou het werk wordt me teveel dus ik moet sparen om een nieuwe vrouw te kopen."
Later , hoorde ik uit de verhalen,waarbij hij zich erg kon opwinden dat de Engelsen
het gebied niet in 1902 maar al in 1900 veroverd hadden en de Nederlanders verjaagd.
In 1904 kreeg mijn overgrootmoeder en haar man, een soort Wiedergutmachung van de Engelsen.
Ten slotte waren ze op eigen kosten, voor 300 gulden, naar Zuid Afrika gegaan en hadden daar zelf iets opgebouwd.
Dus na die verovering hadden ze nies meer.Toen ze vervolgens een schadevergoeding kregen,zei mijn overgrootmoeder:
Potten en pannen en lepels en vorken kan ik overal 2e hands krijgen.
Dan maken we ze desnoods van hout.
Maar een piano voor mijn kinderen kan ik nooit meer kopen en vinden.
Dus kocht zij een piano, een Persina, die nog altijd in de familie aanwezig is.
Dus kregen alle kinderen pianoles en kleinkinderen en achterkleinkinderen en nu zelfs de achter-achterkleinkinderen.
En natuurlijk werd er veel Bach op gespeeld.
heel veel Bach, daarom klinkt hij zo mooi.
Dag dag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten