donderdag 12 april 2012

alcohol,vioollak,geheimen,33



In Nederland gingen blijkbaar de concerten van het Concertgebouw orkest
gewoon door tijdens de oorlogsperiode.
Ook in die tijd was mijn grootvader,  pa genoemd die door zijn vele verblijven
in Spanje werd hij door ons kleinkinderen Padre genoemd, bezig met
strijkinstrumenten te bouwen.
Van de beroemde vioolreparateur Lindeman en Muller hoorde ik nog een
grappig verhaal: omdat mijn grootvader dierenarts was, kreeg hij in de oorlog
bonnen om alcohol te kopen voor de operaties.Een per week voor fl 2,50.
Maar in de oorlog was niet veel te opereren. Aangezien hij niet dronk, volgens
pa dronken de andere artsen het zelf op, bleef hij met die alcohol. Hij verkocht
het dan weer ,voor dezelfde prijs door, aan andere vioolbouwers, die het nodig
hadden voor hun lakken, dus lak om de violen mee te politoeren.
Anders hadden ze in de oorlog niets kunnen doen. Terwijl veel orkesten toch
doorgingen met concerten geven. Dus zeg ik wel eens voor de grap tegen mensen
 uit het concertgebouworkest: zonder mijn grootvader hadden heel veel violisten
niet meer kunnen spelen.
Altijd als hij op zijn reizen ging naar het buitenland, soms wel een paar manden
samen met mijn grootmoeder,  had hij altijd wel weer een paar geheimzinnige
poedertjes met allerlei kleuren opgeduikeld bij een oud apotheekje ergens in een
willekeurig dorpje.
Liefst een aphoteekje wat eruit zag alsof het er al eeuwen stond, " niet  zo'n
 modern geval".
Toen ik later zelf ging reizen vroeg hij mij vaak om vijgenbladeren en
 jeneverbessen en andere natuurlijke spullen mee te nemen, die je in
koudere streken niet kan vinden.  Hij ging dat weer drogen, vermalen en op
lossen in alcohol, hij  maakte er weer een nieuw kleurtje van voor
zijn violen, zijn kindertje.

Tot de volgende viool






Geen opmerkingen:

Een reactie posten